Bart Haselbekke kijkt verlangend uit naar het concours van het Albergse Twentse Ros bij de BWG Stables in Tubbergen. De Wierdenaar beschouwt het evenement als dé start van het buitenseizoen. “Dat begint daar echt.”
Haselbekke legt uit: “Het is een super gaaf concours en een geweldige aftrap. De vogels begin weer te fluiten en de bloemetjes en de bijtjes komen op. Wat het extra mooi maakt is dat onze paardenregio zo sterk is dat alle stallen dat met elkaar willen delen en elkaar wat gunnen. We moeten met elkaar de boel aan de gang houden.”
Bart Haselbekke is de trotse eindverantwoordelijke voor het wel en wee van zijn eigen springstal aan de Enterweg in Wierden. Onder zijn supervisie rijden vriendin Amke Bekhuis, Conor Drain, Noëlle Klokman en Quinten ter Harmsel geregeld mee in het voorste gelid op niet zelden in Wierden opgeleide paarden. De laatste loopt na een stage in Wierden het programma van de stal mee. Van het viertal komt alleen Noëlle Klokman niet in actie in Tubbergen. Ze is voorlopig nog uitgeschakeld vanwege een enkelbreuk.
Crème de la crème
Over het kwartet: “Het is heel erg leuk om met zo’n sterk team te proberen de crème de la crème van jonge paarden op te leiden en over de hele wereld te verkopen. Dat lukt ons en daar ben ik hartstikke trots op.”
Conor Drain vertolkt daarbij een hoofdrol. Hij kwam 2,5 jaar geleden binnen bij Stal Haselbekke en is de voorman van het kwartet. “Conor is een uitermate betrouwbare kracht en het is net alsof alles bij hem vanzelf gaat, van opleiding tot en met het rijden van wedstrijden om de Grote Prijs op hoog niveau. Hij is de voorbereider van het werk dat ook de anderen mooi afmaken. Ik mag hen helpen en er een steentje aan bijdragen dat ze fris aan de start komen.”
Liefhebber pur sang
Dat Haselbekke een liefhebber pur sang is bewijst zijn antwoord op de vraag wat momenteel de toppaarden op stal zijn. “We hebben momenteel Pearl van de Kruisselbrink, een heel goede zesjarige en Asher die een jaar ouder is. Dat zijn grote talenten waarvan we hoge verwachtingen hebben. Ze stralen nu al echt topsport- en Grote Prijsniveau uit. Het is de kunst jonge paarden te vinden die dat hebben en daarna de juiste match te vinden tussen paard en ruiter. Anders zouden we ook geen brood op de plank hebben. We hebben de luxe dat we op die manier betere paarden soms ook wat langer kunnen aanhouden."















