Lars Schröder is een van de deelnemers, die het concours van Het Twentse Ros uit Albergen als een heuse thuiswedstrijd mag beschouwen.
Al is het nog even de vraag of hij daadwerkelijk in actie kan komen bij de komende editie. Een onfortuinlijke val op 11 maart met een schouder uit de kom als gevolg houdt hem tijdelijk buiten de springring.
“Hopelijk ben ik op tijd weer fit”, aldus de 20-jarige zoon van Ben Schröder, als het toernooi nog drie weken op zich laat wachten. “Het zou wel fijn zijn als ik dan weer mag rijden, want het liefst ga ik zo snel mogelijk weer het paard op. Het is gewoon bijzonder om in je eigen piste mee te doen. Dat heeft wat. Bovendien doet Het Twentse Ros er altijd alles aan om er een mooi concours van te maken. Maar er zitten twee scheurtjes in mijn schouder, dus ik kan beter zorgen dat die eerst hersteld zijn.”
Sinds begin juni 2025 is Lars Schröder weer thuis in Tubbergen, na 2,5 jaar te hebben samengewerkt met Peter Olthof in Langeveen. Hij nam de plaats in van Matt Garrigan, die overstapte naar de stal van internationaal topruiter Willem Greve. “Hier heb ik veel goede paarden, waarvan bijna alle die Matt reed, zoals EIC Ambiance du Seigneur en Jaguar. Ik ben heel tevreden met hoe het gaat. Ik krijg prima tips van mijn vader die me het meest coacht en van mijn ooms Wim en Gerco.”
Vreemde ogen dwingen
Aan zijn verblijf bij de stal van Peter Olthof bewaart hij de beste herinneringen. “Mijn vader vond het destijds verstandig om naar Peter te gaan omdat vreemde ogen meer dwingen. Ik heb heel veel van hem geleerd. Daar ben ik hem erg dankbaar voor.”
Over zijn sportieve ambities is fulltime ruiter Lars Schröder duidelijk, maar realistisch. “Kijken hoe het loopt en proberen er het beste van te maken. Ik zou het mooi vinden om later een eigen stal te hebben en daar paarden te trainen en die op te leiden. Topsport bedrijven zou natuurlijk het allermooiste zijn.”
Een favoriete ruiter aanwijzen wil hij niet echt. “Er zijn heel veel goede en iedereen rijdt op zijn eigen manier. Bij de meesten lijkt het heel simpel. Zoals Michael Greeve, hoe hij het laat lijken is niet normaal. Bij iedereen werkt het op een andere manier. De ruiter moet bij het paard passen en andersom.”















