BOEKELO – Tijdens de op 27 juli in Ermelo gehouden presentatie van de Nederlandse hippische afvaardigingen naar het recente WK in Aken zag het er nog naar uit dat Sterre van Houte dit jaar de Military Boekelo-Enschede zou overslaan. Ze verdedigt dit weekend haar titel echter toch.
Aanvankelijk was de 22-jarige amazone uit Deurningen nog bang dat twee zware wedstrijden achter elkaar te veel zouden vragen van haar toppaard Crossborder Radar Love. En al hoefde ze in de crosscountry van de mondiale titelstrijd pas aan het eind van de terreinrit door een onfortuinlijke val de strijd te staken, de laatste weken zorgden voor een ommekeer in de planning.
‘Super mooie wedstrijd’
Haar verklaring: “Radar Love kwam zo goed terug uit Aken dat we samen een plan hebben gemaakt om toch naar Boekelo toe te werken. Met mijn trainers, het team om mij heen en mijn moeder die groom en eigenaar van hem is. Als je geen toestemming van mama hebt, kom je ook nergens. Zelf wilde ik natuurlijk ook graag. Het is een super mooie wedstrijd.”
Bovendien heeft ze met de dertien jaar oude bruine ruin iets te verdedigen, want ze werd vorig jaar in Boekelo bij haar debuut meteen nationaal kampioen. Realistisch: “Ik weet niet of dat er weer in zit. Ik hoop gewoon dat ik lekker kan meedoen en het hier goed kan afsluiten. Crossborder is gewoon heel fit. Je komt het losrijterrein op en hij staat met vier benen in de lucht. Elke keer denk ik ook hoe hij zo blij kan zijn om weer mee te mogen doen. Hij vindt het gewoon leuk.”
Ontzettend dankbaar
Voor haar is tevens het leerproces van belang. “In Aken liep ik wel tegen wat dingen aan met veel publiek en zo. Dat is hier hetzelfde, ik denk dat het ons als combinatie heel veel helpt. Vorig jaar was Boekelo voor ons de eerste keer dat we een vier ster reden. Ik ben hier ook om mezelf verder te ontwikkelen. Toen ik hier voor het eerst meedeed wist ik niet wat ik meemaakte. Aken was daarmee wel te vergelijken. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik daar mocht rijden, want je leert er gewoon heel veel.”

Dat wil niet zeggen dat ze in de cross ontspannen kan rondrijden. “Onderweg echt genieten zit er niet in. Als ik een combinatie met een goed gevoel ben gepasseerd kan ik wel blij zijn. Maar dan moet je natuurlijk nog naar de finish. Ook in Aken moesten we behoorlijke combinaties rijden. Als dat dan lukt, dan is dat fijn. Fysiek heb ik gelukkig nog nooit klachten gehad, geen spierpijn of krampen, al is het uiteraard best zwaar. Het kost wel energie. Het is wel even wat anders of je twintig minuten voor een buitenrit gaat of dat je zoals hier een vier sterrenwedstrijd rijdt. Maar echt gesloopt ben ik nooit.”
Wanneer Boekelo 2026 voor Sterre van Houte geslaagd is?
“Als we combinatie goed op elkaar zijn ingespeeld. Als ik voor mezelf weer een goede ronde kan rijden, waarvan ik een beetje heb kunnen genieten. Ik leg mezelf vaak de druk op dat ik het graag heel erg goed wil doen. In de cross ben je helemaal gefixeerd op de rit en samen met je paard bezig. De ontspanning komt pas achteraf. Omdat het in Aken niet allemaal ging zoals ik had gehoopt is nu vooral het gevoel met mijn paard en het verbeteren van onze onderlinge afstemming van belang. Natuurlijk wil ik ook een goed resultaat rijden, maar het is niet zo dat ik hier per se op het podium wil staan of zo. Vanzelfsprekend heb ook ik dromen, maar je moet ook een beetje realistisch zijn.”
Met haar collega’s van TeamNL hoopt Sterre van Houte hoe dan ook weer vertrouwen op te doen om volgend jaar voor Nederland het Olympisch ticket voor Los Angeles in 2028 veilig te stellen.
“We hebben nog wel kansen. Ik denk dat Boekelo een mooi begin kan zijn.”
Goed begin
Voor Sterre van Houte is haar tweede deelname aan de Military Boekelo-Enschede in haar eigen regio in elk geval goed begonnen. In de dressuurproef scoorde ze 30,6 minuspunt, goed voor een voorlopige 34ste plek in de algemene rangschikking en een tweede positie in de strijd om het NK.
In vergelijking met haar debuut in 2025 verbeterde ze zich vier punten.
Ze voegt eraan toe: “En het was ook twee punten beter dan in Aken. We gaan elke keer een stapje vooruit. Hopelijk kunnen we dat doortrekken.”















